Wat maakt dat sommige kinderen snel van slag zijn en veel moeite hebben om een nare gebeurtenis te verwerken, terwijl andere kinderen er zo weer boven op zijn?

Veerkracht speelt een grote rol bij het omgaan met ingrijpende gebeurtenissen. Veerkrachtige kinderen krabbelen sneller overeind na een ingrijpende gebeurtenis. Ze verwerken hun negatieve ervaring en groeien door. Overigens betekent het niet dat zij geen schade ondervinden. Ze kunnen wel degelijk emotionele beschadigingen overhouden, maar ze functioneren wel.

Hoewel sommigen veerkracht beschouwen als een persoonlijkheidskenmerk (als iets dat je hebt of niet hebt) zijn er vanuit onderzoek en praktijk genoeg aanwijzingen dat veerkracht een proces is, een samenspel tussen individuele, interpersoonlijke factoren en externe factoren. Er is een toenemende belangstelling voor het versterken van de veerkracht van kinderen. Juist omdat je daarmee de focus verlegt van pathologie en risicofactoren naar capaciteiten van kinderen en bevorderende factoren.

Voor een definitie van veerkracht verwijs ik naar Ungar (2008)*: ‘de mogelijkheid van een kind om gebruik te maken van interne capaciteiten en externe middelen, zoals ondersteuning’. Veerkracht kan zich ontwikkelen als een kind er binnen zijn gezin en ruimere omgeving de middelen toe vindt.

Er zijn verschillende manieren om kinderen te helpen hun veerkracht te ontwikkelen. Het veerkrachtboomdiagram van Grotberg (1995) kan gebruikt worden voor een taxatie van de veerkracht en op grond daarvan kan bekeken worden waar versterking nodig is.

Afb. Boomdiagram veerkracht (Grotberg, 1995)**

Grotberg onderscheidt drie categorieën die gecombineerd leiden tot veerkracht:

  1. Ik heb: factoren die extern gesitueerd zijn (bijv. ik heb vrienden, ik heb structuur thuis). Het is van belang om kinderen aan te moedigen te zoeken naar manieren om middelen en hulpbronnen te gebruiken en te behouden.
  2. Ik ben: factoren die interne en persoonlijke capaciteiten betreffen (bijv. ik ben liefdevol, ik ben verantwoordelijk). Deze factoren vertrekken vanuit intrinsieke sterktes, overtuigingen, gevoelens en attitudes van een kind en ze stimuleren het ontwikkelen van zelfvertrouwen.
  3. Ik kan: factoren die interpersoonlijke, sociale en probleemoplossende vaardigheden betreffen.

Mijn advies is om kinderen waar nodig te ondersteunen in deze categorieën. Zoek naar interventies die kinderen helpen om beter te kunnen dealen met moeilijke situaties. Op zichzelf kunnen de interventies klein en eenvoudig lijken, maar in samenhang met elkaar en met de omgeving van een kind, kunnen ze een stevige basis vormen om ingrijpende gebeurtenissen het hoofd te bieden. Houd daarbij wel rekening met de verschillende ontwikkelingsfasen van kinderen en de taken die daarbij horen.

Tot slot, er zijn in Nederland diverse programma’s en methodieken gericht op kinderen met problemen die soms de term ‘veerkracht’ hanteren. Daarin valt op dat de term veerkracht verschillend gebruikt wordt: het gaat over psychologische veerkracht, sociale veerkracht of de term wordt niet nader omschreven. Wat er over het algemeen mee bedoeld wordt, is dat professionals inzetten op het zoeken naar de eigen kracht en mogelijkheden van kinderen en daarbij aansluiten. Dit sluit aan bij het positief jeugdbeleid in Nederland.

Ungar, M. (2008). A brief overvieuw of resilience: How does the concept help us understand children’s positive development under stress. http://www.tlpresources.ca/policyresearch_conference_NDRY_2008/Michae_Ungarl_English.pdf

** Grotberg, E.H. (1995). A Guide to Promoting Resilience in Children: Strengthening the Human Spirit. Den Haag: Bernard van Leer Foundation.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *