Veerkracht van kinderen en gezinnen

Auteur:

Sanne is tien en gaat na de zomervakantie naar een nieuwe school. De verhuizing kwam onverwacht, thuis is al langer spanning en op haar oude school had ze twee vriendinnen. De eerste weken zijn lastig: ze is stiller dan anders, slaapt slecht en wil soms liever thuisblijven.

Een paar maanden later gaat het beter. Er is een leerkracht bij wie ze gemakkelijk binnenloopt, in de klas ontstaat een vriendschap, thuis komt meer rust en haar turntrainer voelt goed aan wanneer zij een zetje nodig heeft. Langzaam groeit haar vertrouwen.

Wat maakt dat Sanne zich weer herpakt?

We kunnen dan kijken naar eigenschappen van Sanne zelf. Misschien kan zij goed problemen oplossen, weet ze hulp te vragen of lukt het haar om vertrouwen te houden. Dat kan zeker helpen. Maar daarmee is het verhaal niet compleet. Ook haar ouders, de leerkracht, haar vriendin, het turnen en de omstandigheden waarin zij opgroeit, doen mee.

Veerkracht ontstaat in wisselwerking

Veerkracht ontstaat niet alleen door wat een kind zelf in huis heeft. Veerkracht is een dynamisch proces waarin een kind en zijn omgeving voortdurend op elkaar inwerken. Gezin, school, relaties en de bredere omgeving kunnen daarin net zo goed verschil maken.

Veerkracht wordt vooral zichtbaar wanneer een kind te maken krijgt met tegenslag, stress of omstandigheden die de ontwikkeling onder druk zetten. Het gaat er niet om dat een kind daar geen last van heeft.

Sanne kan verdrietig zijn over de verhuizing, haar oude vriendinnen missen en een periode slecht slapen, terwijl zij langzamerhand haar weg probeert te vinden in haar nieuwe situatie.

Een kind is bovendien niet simpelweg wel of niet veerkrachtig. Wat helpt, kan per situatie en per ontwikkelingsfase verschillen.

Een multisystemische blik

Een multisystemische blik betekent dat we kijken naar het kind én naar de verschillende omgevingen en relaties die van invloed zijn op zijn ontwikkeling.

Bij het kind zelf gaat het bijvoorbeeld om zelfregulatie, vertrouwen en het vermogen betekenis te geven aan wat er gebeurt. Ook het ervaren dat je zelf invloed kunt uitoefenen, keuzes kunt maken en iets kunt doen wanneer het moeilijk wordt, is belangrijk.

Het gezin kan veiligheid, voorspelbaarheid, verbondenheid en steun bieden. Zeker in moeilijke perioden is het belangrijk dat een kind ervaart dat volwassenen beschikbaar blijven. Dat vraagt iets van ouders die het zelf soms ook zwaar hebben. Ook ouders hebben steun nodig. Het is daarom belangrijk om vanaf het begin ook oog te hebben voor wat zij nodig hebben.

Belangrijke relaties kunnen veel betekenen. Dat hoeft niet alleen een ouder te zijn. Een grootouder, leerkracht, mentor, trainer of een andere volwassene kan voor een kind een belangrijke steunfiguur worden. Ook vrienden en leeftijdgenoten kunnen bijdragen aan het gevoel erbij te horen.

Daarnaast doen school en de sociale omgeving mee. Een veilig pedagogisch klimaat, zich verbonden voelen met school en mogelijkheden om mee te doen aan sport, vrije tijd en andere activiteiten kunnen kinderen steun en nieuwe ervaringen bieden.

Ook maatschappelijke omstandigheden en voorzieningen spelen een rol. Denk aan bestaanszekerheid, wonen, toegang tot hulp en de mogelijkheden die een kind en gezin daadwerkelijk hebben om mee te doen.

Figuur 1. Veerkracht van kinderen: een multisystemische blik op veerkracht.

De verschillende gebieden in het figuur staan met elkaar in verbinding. In de praktijk zie je dat steeds terug. Wat thuis gebeurt, is merkbaar op school. Een leerkracht geeft les, maar kan ook een steunfiguur zijn. Wat er thuis financieel mogelijk is, bepaalt of een kind kan blijven sporten. En als ouders en school samen optrekken, ontstaat er extra steun.

Veerkracht ontstaat dus niet uit één beschermende factor, maar uit de wisselwerking tussen verschillende hulpbronnen en omstandigheden.

Wat helpt?

Veel dingen die veerkracht ondersteunen zijn eigenlijk heel gewoon. Een volwassene die een kind ziet en blijft luisteren. Een vriend bij wie het zich op zijn gemak voelt. Ouders die ondanks hun eigen zorgen beschikbaar blijven. Een school waar een kind zich welkom voelt. Een plek waar het mee kan doen en kan ervaren dat het ergens goed in is.

Positieve ervaringen wissen tegenslag niet uit, maar kunnen wel bijdragen aan vertrouwen, verbondenheid en mogelijkheden om weer verder te gaan.

Bij Sanne zien we dat ook. Er was niet één bijzondere interventie die alles veranderde. Er kwam op verschillende plekken iets bij: een leerkracht die toegankelijk was, een nieuwe vriendin, meer rust thuis en een turntrainer die haar kende en zag wat zij nodig had.

Niet alleen hulpbronnen toevoegen

Bij veerkracht denken we al snel aan de vraag hoe we kinderen sterker of weerbaarder kunnen maken. Soms is dat zinvol. Een kind kan bijvoorbeeld leren om gevoelens beter te herkennen, hulp te vragen of problemen in kleine stukjes aan te pakken.

Maar er hoort altijd een tweede vraag naast: Wat drukt hier te zwaar en wat kan daarvan worden verminderd?

Een kind dat bijvoorbeeld gepest wordt, heeft niet alleen vaardigheden nodig om daar beter mee om te gaan. Het pesten moet stoppen. Of een kind dat dagelijks spanning tussen zijn ouders ervaart kan steun nodig hebben. Maar ook moet de spanning rondom het kind worden verminderd. Daarmee voorkom je dat veerkracht vooral een opdracht aan het kind wordt.

Terug naar Sanne

Na een aantal maanden zouden we Sanne een veerkrachtig meisje kunnen noemen. Maar dan missen we een deel van wat er is gebeurd.

Sanne zette zelf stappen, maar zij deed dat niet alleen. Er waren mensen die haar zagen. Thuis kwam er rust. En op verschillende plekken kreeg zij opnieuw kans op vertrouwen en verbondenheid.

Daarmee is veerkracht geen kenmerk of bezit van Sanne. Ze ontstaat in de wisselwerking tussen wat Sanne kan en wat haar omgeving mogelijk maakt.

En ook dan is het verhaal niet af. Over een jaar kan het opnieuw moeilijk worden, bij een volgende gebeurtenis of in een nieuwe ontwikkelingsfase. Dat is dan geen terugval van Sanne, maar een nieuwe situatie. Die vraagt opnieuw om te kijken wat zij nodig heeft en wat haar omgeving mogelijk kan maken.

Tot slot

Veerkrachtige ontwikkeling vraagt niet alleen dat kinderen leren omgaan met wat op hun pad komt. Het vraagt ook dat volwassenen om hen heen voorwaarden creëren waarin kinderen kunnen herstellen, vertrouwen kunnen opbouwen en zich verder kunnen ontwikkelen.

De eerste vraag is vaak: Hoe maken we kinderen veerkrachtiger?
De vraag die verder komt is: Wat heeft dit kind nodig om zich ondanks wat er gebeurt weer verder te kunnen ontwikkelen, en wat kunnen de mensen en omgevingen rondom het kind daarin betekenen?


Dit artikel is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten over ontwikkelingsgerichte en multisystemische veerkracht, gezins- en relationele veerkracht, positieve jeugdervaringen en de rol van school en sociale omgeving.

Figuur 1. Eigen inhoudelijke uitwerking: Tanja van der Vinne (2026). Visualisatie ontwikkeld met ondersteuning van generatieve AI.