Vorige week sprak ik met Aron, een uitbundige en creatieve jongen van 12 jaar. Hij zit in groep 8. Aron vertelt mij dat het leren niet goed gaat omdat hij zijn gedachten er niet goed bij kan houden. Ook vertelt hij dat hij vaak ruzie heeft op het plein. Later hoor ik van de leerkracht en zijn ouders dat Aron vaak driftbuien en conflicten heeft op school en thuis. Dit speelt al bijna drie jaar.

Ouders en leerkracht stellen de vraag hoe zij het driftige gedrag van Aron kunnen laten afnemen. Er is al jeugdhulp ingeschakeld. Om te begrijpen waarom Aron zich zo gedraagt en om te laten zien hoe het anders kan, is samenwerking tussen ouders, leerkracht en jeugdhulpverlener van cruciaal belang.

Er zijn landelijk tal van ontwikkeling gaande rond de versterking van de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulpverlening. Maar hoe belangrijk landelijke ontwikkelingen op dit gebied ook zijn, in de praktijk komt het neer op de concrete vormgeving van de samenwerking door leerkrachten en jeugdhulpverleners.

Regelmatig maak ik mee dat verschillen in zienswijzen en belangen tussen leerkrachten en hulpverleners leiden tot suboptimale resultaten voor kinderen en gezinnen. Zo ook bij Aron. De leerkracht vermoedt dat bij Aron sprake is van ADHD en pleit voor (neuro)psychologisch onderzoek en voor begeleiding in een zorgklas. De jeugdhulpverlener heeft vragen over de opvoedingsstrategie van de ouders en komt met het idee om een opvoedingsmethodiek in te zetten. Van verschillende kanten worden losse vormen van begeleiding en hulpverlening ingezet en Aron en zijn ouders ervaren een gebrek aan samenwerking tussen de leerkracht en de hulpverlener.

Hoe kunnen leerkrachten en jeugdhulpverleners optimaal samenwerken ten behoeve van kinderen en gezinnen? Hoe kan de samenwerking een bijdrage leveren aan de ontwikkelingskansen van kinderen? Hoe kan gezorgd worden voor een optimale positie en bijdrage van de ouders?

Houding professionals

Van cruciaal belang is dat leerkrachten en jeugdhulpverleners een professionele houding ontwikkelen waarin samenwerking centraal staat en men bereid is een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen en te gebruiken. Van belang is dat professionals ruimte kunnen en willen geven aan meerdere perspectieven, ze ruimte kunnen en willen maken voor de expertise van de ander en deze erkennen als aanvullend en verrijkend*.

Voor een succesvolle aanpak is ook cruciaal dat de hulp niet alleen gericht is op het kind of op zijn ouders of de leerkracht, maar op de relaties tussen alle leden van het systeem. Werken aan het probleem in de context waarin het is ontstaan en niet het probleem uitsplitsen in afzonderlijk te behandelen deelproblemen. De eigen oplossingen van het kind, de ouders en andere betrokkenen achterhalen en hen het vertrouwen geven bij het inzetten van hun eigen kracht en de kracht van hun netwerk. Daar draait het om bij de samenwerking.

Naar een succesvolle aanpak van Aron

Toen de leerkracht en de jeugdhulpverlener zich samen verplaatsten in Aron (en in zijn gezin) met zijn vragen en behoeften, waren ze samen in staat om Aron en zijn ouders bewust te maken van hun eigen mogelijkheden en konden zij hen leren deze te gebruiken. Zowel de leerkracht als de jeugdhulpverlener hebben geïnvesteerd in ontmoetingen en ze hebben betrokkenheid, gelijkwaardigheid, verbinding en wederkerigheid getoond, waardoor Aron en zijn ouders betere resultaten konden boeken.

Leerkrachten en jeugdhulpverleners kunnen voor kinderen en ouders verschil maken door samen te werken en ruimte te geven aan meerdere perspectieven waarbij wordt uitgegaan van het empowermentparadigma.

*Kaye, L.W. en Crittenden, J.A. (2005). Playing well with others – Interdisciplinary collaboration at a center on aging. In: Social Work Today.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *