Veilig voelen op school

Eerste publicatie:

Bijgewerkt:

School is een belangrijke plek in het leven van kinderen. Cruciaal is dat kinderen zich er veilig voelen, omdat dit bijdraagt aan een goede ontwikkeling. Kinderen hebben een omgeving nodig waarin ze zichzelf kunnen zijn, zich gezien voelen en vertrouwen hebben in de mensen om hen heen.

Als orthopedagoog en als externe vertrouwenspersoon heb ik veel met kinderen gesproken over veiligheid op school. Kinderen noemen vaak heel gewone dingen. Ze voelen zich veilig als anderen hen laten meedoen, voor hen opkomen en iets aardigs zeggen. Ook de leerkracht is belangrijk: een leerkracht die luistert, rustig blijft, belangstelling toont en ziet wat er in de klas en tijdens de pauze gebeurt.

Juist daarom komt het hard aan als een kind langere tijd wordt uitgescholden, buitengesloten, belachelijk gemaakt of online vernederd. Een kind kan gaan denken dat het aan hemzelf ligt. Het kan stiller worden, niet meer naar school willen, slechter slapen of juist sneller boos reageren.

Wanneer spreken we van pesten?

Niet iedere ruzie of vervelende opmerking is pesten. Bij pesten gaat het om gedrag dat zich herhaalt en waarbij er een verschil in macht of positie is. Het kind dat wordt gepest, kan het gedrag niet gemakkelijk zelf laten stoppen. Pesten kan zichtbaar zijn, maar ook subtiel: steeds niet worden gekozen, uit een groepsapp worden gezet, genegeerd worden of het onderwerp zijn van grapjes die telkens over dezelfde persoon gaan. (Bron: Nederlands Jeugdinstituut)

Het is belangrijk om niet alleen te vragen wie er pest en wie er wordt gepest. Pesten speelt bijna altijd in een groep. Er zijn kinderen die meedoen, lachen, doorsturen, wegkijken of juist proberen te helpen. Ook de normen in de klas, de reactie van volwassenen en de manier waarop de school is georganiseerd hebben invloed.

Wat laten de cijfers zien?

De meest recente landelijk gepubliceerde, vergelijkbare leerlingcijfers dateren uit 2022. Toen gaf 17 procent van de leerlingen in het primair onderwijs en 9 procent in het voortgezet onderwijs aan te worden gepest. Het gaat daarbij vooral om verbaal pesten. (OCW in Cijfers)

Daarnaast registreerden de vertrouwensinspecteurs in schooljaar 2024-2025 421 dossiers over ernstig of langdurig pesten in het primair onderwijs en 238 in het voortgezet onderwijs. Deze aantallen zeggen niet hoeveel kinderen in totaal worden gepest: alleen zaken die bij de vertrouwensinspectie terechtkomen, worden meegeteld. Ze laten wel zien dat pesten nog steeds tot ernstige en hardnekkige situaties leidt. (Nederlands Jeugdinstituut)

Wat kunnen ouders doen?

Begin met luisteren. Probeer niet meteen een oplossing te bedenken, maar vraag wat er gebeurt, wie erbij zijn, waar het meestal gebeurt en wat uw kind tot nu toe heeft geprobeerd. Laat duidelijk merken dat het kind niet zelf verantwoordelijk is voor het pesten.

Bespreek daarna samen welke stap nodig is. Een kind hoeft het probleem niet alleen op te lossen, maar het is wel belangrijk dat het weet wat ouders of school gaan doen. Zeker bij online pesten helpt het om berichten, afbeeldingen en schermafbeeldingen te bewaren.

Neem contact op met de leerkracht of mentor en vraag niet alleen om een gesprek, maar ook om een concreet vervolg:

  • Wat gaat de school onderzoeken of observeren?
  • Wie spreekt met welke kinderen?
  • Wat wordt in de groep gedaan?
  • Wie houdt contact met het kind en de ouders?
  • Wanneer wordt besproken of de situatie werkelijk verbetert?

Wanneer de aanpak onvoldoende helpt, kunnen ouders contact opnemen met het aanspreekpunt pesten (interne vertrouwenspersoon) van school. Een interne vertrouwenspersoon kan helpen om het verhaal te ordenen en mogelijke routes te verkennen. De vertrouwenspersoon doet zelf geen onderzoek en beslist niet over maatregelen; die verantwoordelijkheid ligt bij de leerkrachten en de schoolleiding.

Ook ouders van een kind dat pest, hebben een belangrijke positie. Gedrag moet duidelijk worden begrensd, maar een kind alleen als ‘pester’ bestempelen helpt meestal niet. Van belang om te onderzoeken wat het gedrag oplevert, welke rol de groep speelt en wat het kind nodig heeft om ander gedrag te leren. Begrijpen waar gedrag vandaan komt, betekent niet dat het gedrag wordt goedgekeurd.

Wat vraagt dit van school en leerkracht?

Een school moet allereerst zorgen dat het onveilige gedrag stopt. Tegelijk is alleen een straf of een afzonderlijk gesprek meestal niet voldoende. Er moet worden nagegaan welk patroon is ontstaan en welke kinderen daarin welke positie innemen.

Dat vraagt onder meer om:

  • afzonderlijk luisteren naar de betrokken kinderen;
  • observeren in de klas, op het plein en op andere risicomomenten;
  • een duidelijke grens stellen aan kwetsend en uitsluitend gedrag;
  • aandacht voor meelopers, omstanders en kinderen die kunnen helpen;
  • concrete afspraken met kinderen en ouders;
  • een vast moment waarop wordt beoordeeld of de veiligheid is hersteld.

Een gezamenlijk gesprek tussen kinderen is niet altijd een goede eerste stap. Wanneer er een duidelijk machtsverschil is, kan zo’n gesprek het kind dat wordt gepest juist extra onder druk zetten. De interventie moet passen bij de ernst van het gedrag, de groepsdynamiek en wat het betrokken kind aankan.

Sociale veiligheid is bovendien niet alleen een taak van de individuele leerkracht. De schoolleiding moet zorgen voor een duidelijke norm, deskundige medewerkers, herkenbare aanspreekpunten en een aanpak die door het hele team wordt gedragen. Sinds 2015 zijn scholen verplicht om sociaal veiligheidsbeleid te voeren, de veiligheidsbeleving van leerlingen te volgen en zowel een aanspreekpunt voor pesten als een coördinator van het anti-pestbeleid aan te wijzen. Die twee taken kunnen bij dezelfde persoon liggen, maar dat hoeft niet. (Inspectie van het Onderwijs)

Online en op school lopen in elkaar over

Wat ’s avonds in een groepsapp, game of op sociale media gebeurt, komt de volgende ochtend mee de klas in. Online pesten is daarom geen losstaand probleem. Wanneer online gedrag invloed heeft op de veiligheid van een leerling of van de groep, moet de school er iets mee.

Online gedrag kan voortdurend doorgaan, een groot publiek bereiken en lastig terug te draaien zijn. De rollen zijn bovendien niet altijd duidelijk: een kind kan het ene moment meedoen met kwetsend gedrag en korte tijd later zelf doelwit zijn. Ouders en school hebben elkaar daarom nodig. Samen kunnen zij normen stellen, kinderen begeleiden in verantwoord online gedrag en duidelijk ingrijpen wanneer grenzen worden overschreden. (Nederlands Jeugdinstituut – online pesten)

Een gesprek is nog geen oplossing

De aanpak is niet klaar zodra alle betrokkenen een keer zijn gesproken. De belangrijkste vraag is of het kind zich weer veilig voelt en of het patroon in de groep daadwerkelijk is veranderd.

Dat vraagt om nazorg. Blijf contact houden, ook als het aanvankelijk beter lijkt te gaan. Vraag niet alleen of er nog wordt gepest, maar ook of het kind weer durft mee te doen, zich gezien voelt en vertrouwen heeft in de volwassenen om hem of haar heen. Sociale veiligheid ontstaat niet door één protocol of gesprek. Zij groeit wanneer kinderen, ouders, leerkrachten en schoolleiding ieder hun verantwoordelijkheid nemen en elkaar weten te vinden.

Betrouwbare websites

Stichting School & Veiligheid
Informatie voor scholen en ouders over pesten, sociale veiligheid en beleid.
https://www.schoolenveiligheid.nl/thema/alles-over-pesten/

Nederlands Jeugdinstituut
Achtergrondinformatie, cijfers en adviezen over pesten en online pesten.
https://www.nji.nl/kennis/pesten

Pestweb
Laagdrempelige informatie voor kinderen, jongeren, ouders en onderwijsprofessionals.
https://www.schoolenveiligheid.nl/pestweb

Meldknop
Helpt jongeren en ouders de juiste hulp te vinden na een vervelende online ervaring.
https://veiliginternetten.nl/meldknop/

Offlimits Hulplijn
Anonieme hulp bij online misbruik, bedreiging, ongewenste beelden en andere online grensoverschrijding.
https://hulplijn.offlimits.nl/

Bronnen bij de cijfers en wettelijke informatie